Reactie op Bregmans “Moet je een bedelaar geld geven?”

bedelaar

14 juli 2014 publiceerde Rutger Bregman weer eens artikel in “De Correspondent”, dat uit mijn hart gegrepen is. Titel: “Moet je een bedelaar geld geven?”

De strekking ervan is, dat van Mexico tot Zuid-Afrika en van India tot Brazilië uit onderzoek keer op keer blijkt dat gratis geld helpt. “Het is zelfs een van de best onderzochte vormen van armoedebestrijding. Tal van studies van over de hele wereld laten zien dat het zowel op de lange als op de korte termijn, zowel op grote als op kleine schaal, een zeer succesvol en efficiënt instrument is. Natuurlijk, mensen met geld maken zich nogal eens druk of mensen zonder geld wel met geld kunnen omgaan”. Maar is dit ‘verspilling’ – “een dakloze die een pakje Marlboro koopt, of de welgestelde die de helft van zijn eten weggooit en de meeste kleren in zijn inloopkast nooit draagt? Hoe het ook zij: de meeste armen weten dondersgoed hoe ze hun geld moeten besteden.

Onderzoekers van de Wereldbank rapporteerden onlangs dat in 82 procent van de onderzochte gevallen (in Afrika, Latijns-Amerika en Azië) de alcohol- en tabaksconsumptie zelfs daalt als je armen gratis geld geeft. Sterker nog, in Liberia onderzocht Blattman wat er gebeurt als je 200 dollar geeft aan de minst verantwoordelijke armen die je maar kunt vinden: alcoholisten, drugsverslaafden en criminelen in sloppenwijken. Drie jaar later bleek dat ze hun geld hadden besteed aan voedsel, kleren, medicijnen en het opzetten van nieuwe bedrijfjes. ‘Als zelfs deze mannen hun gratis geld niet verspillen’, schreef Blattman, ‘wie zou het dan nog wel doen?’ Armen in rijke landen misschien? In 2007 experimenteerde New York nog met cash tranfers voor arme gezinnen. Toegegeven, het experiment was nogal bureaucratisch opgezet, met maar liefst 22 verschillende handelingen waarmee iets kon worden verdiend (denk aan: je kind naar school sturen, naar de tandarts gaan, een examen halen). Toch leverde het programma een paar mooie resultaten op: armoede en honger namen af, er werd meer gespaard, er werd beter gepresteerd op de middelbare school en ouders gingen meer werken. De hoofdonderzoeker concludeerde dat gratis geld ook in rijke landen ‘een verschil kan maken in de levens van arme gezinnen.’

Geld is flexibel. Geld is efficiënt. Het leukste aan geld is dat je er dingen mee kunt kopen die je nodig hebt, in plaats van dingen waarvan experts denken dat je ze nodig hebt. Talloze hulporganisaties en overheden denken nog dat zij het beste weten wat goed is voor hun armen. Dan investeren ze bijvoorbeeld in scholen, zonnepanelen of koeien. En natuurlijk, een koe is beter dan geen koe. Maar wat mag het kosten? Blattman verwijst naar een Rwandese studie die schat dat het doneren van één zwangere koe, inclusief koeienmelkcursus, zo’n 3000 dollar kost. Dat staat in Rwanda gelijk aan vijf jaarinkomens. Of neem de wirwar aan cursussen die aan armen wordt aangeboden in opkomende landen: steeds blijkt dat ze veel kosten en weinig opleveren, of het nu gaat om leren vissen, lezen of ondernemen.

Ook westerse overheden geven graag spullen, bonnen of cursussen, om te voorkomen dat arme mensen domme dingen kopen. Maar uit steeds meer onderzoek blijkt dat deze paternalistische aanpak niet deugt. Mexico experimenteerde onlangs nog met gratis geld in plaats van voedselbonnen. En waar werd dat geld vervolgens aan uitgegeven? Je raadt het al: voedsel. Er was wel één belangrijk verschil: van iedere peso aan voedselbonnen ging 20 cent op aan bureaucratie. In het het geval van de cash transfer was dat slechts 2 cent.

Toch blijft de vraag staan: moet je geld geven aan bedelaars? Natuurlijk, een paar euro voor een dakloze in Nederland is niet vergelijkbaar met de grootschalige onderzoeken naar het effect van cash tranfers. En het lijkt me ook een beter idee om geld te geven op basis van objectieve gegevens, in plaats van op hoe zielig iemand er toevallig uitziet.

Maar het werk van wetenschappers als Blattman zet wel aan het denken. Zou het niet een goed idee zijn om ook in Nederland te onderzoeken wat er gebeurt als je armen zomaar geld geeft? En dan zonder het hele bureaucratische en betuttelende apparaat dat we de verzorgingsstaat noemen?” Tijd voor een experiment concludeert RB dan ook.

Hij suggereert er een in de vorm dat een fonds, bank of andere geldschieter zo’n experiment zou kunnen financieren. “Dat zou een mooi staaltje maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn.”

Meerdere vormen van experiment met gratis geld, zoals Rutger Bregman het noemt, oftewel cash transfer, oftewel een Onvoorwaardelijk Basisinkomen zijn mogelijk. Het best gedocumenteerde en wetenschappelijk opgezette experiment is volgens mij tot nog toe dat wat in India onder begeleiding van Guy Standing in samenwerking met SEWA (Self Employed Women’s Association) is uitgevoerd en gepubliceerd.

Hopelijk zullen we in staat zijn in Nederland een even goed experiment op te zetten en uit te voeren. Ok hoop ik, dat alle mensen die op een experiment met het basisinkomen uit zijn dit op dezelfde manier zullen willen doen en de krachten zullen willen bundelen.

Zie voor heel het oorspronkelijke artikel met bronververmeldingen: “https://decorrespondent.nl/1434/Moet-je-een-bedelaar-geld-geven-/80967784260-f5fbc5f7